Stichting Intermobiel

Neuropatische pijn

Neuropathische pijn is voor velen nog een betrekkelijk onbekend begrip. DR W.J. Meijler, neuroloog/klinisch farmacoloog, werkt in zijn praktijk onder andere met neuropathische pijnpatiënten. In dit artikel gaat hij dieper in op de huidige inzichten rondom de oorzaak en aard van neuropathische pijn.

Allereerst een korte uitleg over het zenuwstelsel. Neuropathische pijn is het gevolge van een beschadiging of functiestoornis van het zenuwstelsel dat is onderverdeeld in het centrale en perifere zenuwstelsel. Het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) vormt het controlecentrum waar binnenkomende informatie uit het hele lichaam en daarbuiten wordt geïnterpreteerd en een reactie wordt gegenereerd. Onder het perifere zenuwstelsel verstaan we het zenuwweefsel dat zich buiten de begrenzingen van het centrale zenuwstelsel bevindt. De zenuwen sturen signalen van de diverse receptoren( zoals pijn, tast en druk) naar het centraal zenuwstelsel en van het centraal zenuwstelsel naar spieren, bloedvaten en organen.

Pijn door beschadiging ven het perifere zenuwstelsel wordt neuropathische pijn genoemd. Bij pijn door beschadiging van het centrale zenuwstelsel wordt de term centrale (neuropathische) pijn gebruikt. Aangezien bij beschadiging van het centrale zenuwstelsel vermoedelijk dezelfde ziekmakende veranderingen optreden als bij beschadiging van het perifere zenuwstelsel wordt deze pijn centraal neuropathisch genoemd. De principes van pijnbestrijding zijn in beide gevallen gelijk.
Neuropathische pijn wordt anders ervaren dan ‘normale’ of nociceptieve pijn en ontstekingspijn waarbij het zenuwstelsel intact is. Daarom is de behandeling wezenlijk anders.

Pathofysiologie (kennis van het ziekmakend proces)
Naar de huidige inzichten over de pathofysiologie van pijn wordt onderscheid gemaakt in nociceptieve, ontstekings- en neuropathische pijn. Nociceptieve of ‘normale’ pijn is een gewaarwording als gevolg van (acute) weefselbeschadiging. Onder invloed van aanhoudende weefselschade, waarbij ontstekingsstoffen vrijkomen, kan ontstekingspijn ontstaan waarbij de gevoeligheid van nocisensoren (‘snuffelpalen voor schade’) zelf veranderen. Door mechanische beschadiging, ontsteking, tumorgroei, of een auto-immuun proces komen een groot aantal overdrachtsstoffen uit beschadigde cellen vrij, die enerzijds zorgen voor een prikkeldrempelverlaging van nocisensoren en anderzijds zélf pijn kunnen veroorzaken. (dit noemt men sensitatie).

Verlaagde pijndrempels
Deze perifere sensitatie verklaart onder andere het verschijnsel van verlaagde pijndrempels. Bij aanhoudende weefselschade kunnen verder niet-pijnlijke prikkels als pijnlijk worden ervaren. Sensitatie kan bovendien ‘normale’pijnprikkels versterken en langer laten aanhouden. Wanneer de oorspronkelijke beschadiging en nociceptieve pijn zijn verdwenen, kan sensitatie blijven bestaan. Deze eigenschap van het zenuwstelsel, om zich morfologisch en functioneel aan te passen (neuroplasticiteit), speelt een cruciale rol bij aanhoudende chronische pijn.

Als zenuwvezels, die nociceptieve signalen geleiden, zelf beschadigt raken door doorsnijding, zuurstoftekort, ontregelde stofwisseling, bijvoorbeeld kan ‘pathologische’ pijn ontstaan, die gepaard gaat met stimulusonafhankelijke, spontane en/of stimulsafhankelijke pijn. Beschadiging van zenuwceldelen veroorzaakt niet alleen gevoelsverlies, maar er treden tevens veranderingen op in omliggende, niet –beschadigde neuronen, die eerder en sterker gaan reageren op gevoels- en nociceptieve prikkels. Niet-pijnlijke prikkels zoals aanraking of warmte, worden dan als pijnlijk herkend (dit noemt men allodynie). Neuropathische pijn kan voorkomen bij beschadigingen van het gehele zenuwstelsel.
Niet elke patiënt met zenuwletsel heeft echter pijn. Tot op heden is het onduidelijk, wie wel en wie niet reageert met pijn. Er zijn echter aanwijzingen dat ook erfelijke factoren een rol spelen, net als de kwetsbaarheid van de betrokkene op het moment van de beschadiging.

Wanneer en hoe vaak?
Er is niet veel bekend over hoe vaak neuropathische pijn voorkomt, maar van enkele specifieke neuropathische pijnsyndromen zijn wel schattingen bekend, die zeer uiteen lopen. Bij 3-5% van de patiënten met een hernia van de onderrug treedt neuropathische pijn als complicatie op. Neuropathische pijn komt voor bij circa 75% van de dwarslaesiepatiënten. Bij de ziekte van Parkinson ontwikkelt circa 40% van de patiënten neuropathische pijn (centrale pijn).

Conclusie
Neuropathische pijn is een verzamelnaam van pijnsyndromen als gevolg van beschadiging of disfunctie van het perifere en/of centrale zenuwstelsel. Beschadigde pijnzenuwen en pijnbanen worden niet minder gevoelig, maar juist meer. De behandeling is de weg van ‘trial and error’(proberen), waarbij van het uiteindelijke resultaat vaak meer wordt verwacht. Het is en blijft echter zeer de moeite waard omdat de lijdensdruk van patiënten met neuropathische pijn groot is.

Bron: Pijnperiodiek 3e jaargang nummer 3 augustus 2006